Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eisende partij sub 1] , te [plaats 1] ,[eisende partij sub 2] , te [plaats 1] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie
- [getuige 1] ;
- [getuige 2] ;
- [getuige 3] ;
- [getuige 4] ;
- [getuige 5] .
aanwezigheidvan de garagedeur vanaf 1992 door [eisende partij sub 1 c.s.] is geleverd. Bij deze stand van zaken komt aan de omstandigheid dat deze garagedeur in geen van de overgelegde leveringsaktes staat vermeld, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, dan ook geen betekenis toe.
al direct vanaf 1992in een aaneengesloten periode van twintig jaren heeft plaatsgevonden. [gedaagde] heeft er in de stukken op gewezen dat de bewoners de heer [Naam 1] en mevrouw [Naam 3] op 1 januari 1992 al bijna 77 jaar oud waren, en dat het niet aannemelijk is dat zij (frequent) auto reden, en dus dat zij hun auto in de garage parkeerden. Deze aanname wordt onderschreven door [getuige 1] die op de vraag of [Naam 1] en [Naam 3] in 1992 nog auto reden heeft verklaard:
“Ik denk het niet. Ik weet het eigenlijk niet.”[getuige 5] heeft verklaard dat de familie een behoorlijk aantal jaren dagelijks gebruik heeft gemaakt van de auto, maar dat toen meneer [Naam 1] ouder werd hij minder auto ging rijden, en hij misschien nog een keer in de week naar de kapper ging. Over het gebruik van de garage door mevrouw [Naam 3] is verder niets meer naar voren gebracht. De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat [Naam 1] / [Naam 3] in de periode dat zij in de woning hebben gewoond weldegelijk gebruik hebben gemaakt van de garage, maar dat daarvan vanaf 1992 in ieder geval niet meer meerdere keren per week verspreid over het jaar sprake van is geweest. Dat betekent dat de beweerdelijke verjaringstermijn in 1992 in ieder geval niet liep.
pas de laatste 2 a 3 jaar” langere periodes weg is. Getuige [getuige 1] heeft tot slot ook verklaard dat [eisende partij sub 1] minder vaak naar Frankrijk ging dan [eisende partij sub 1] . Over de periode na de pensionering van [eisende partij sub 1] heeft hij geantwoord:
“ik denk dat ze meerdere keren per jaar 2 tot 4 weken ging maar dat ik niet zeker”.
“eigenlijk een gewoonterecht”.