ECLI:NL:RBDHA:2023:8884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 10 februari 2023 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser, die sindsdien voortduurt. De rechtbank had deze maatregel al eerder getoetst in uitspraken van 24 februari 2023 en 17 mei 2023. In het huidige vervolgberoep beoordeelt de rechtbank of de voortzetting van de bewaring sinds 16 mei 2023 rechtmatig is.
Eiser betoogt dat de bewaring langer dan zes maanden duurt zonder geldige reden en dat de voortzetting niet tijdig is getoetst. Daarnaast stelt eiser dat hij meewerkt aan terugkeer naar zijn land van herkomst. De rechtbank oordeelt echter dat de voortzetting wel tijdig is getoetst, namelijk op 17 mei 2023, en dat de staatssecretaris voldoende redenen heeft om de termijn te overschrijden. Zo frustreert eiser het onderzoek naar zijn identiteit door niet mee te werken aan een interview met de Marokkaanse autoriteiten en voert hij procedures die de uitzetting vertragen.
De rechtbank concludeert dat het belang van de staatssecretaris bij verwijdering van eiser zwaarder weegt dan het algemene uitgangspunt van een maximale bewaringstermijn van zes maanden. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen en het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.