ECLI:NL:RBDHA:2023:8893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na besluit op bezwaar
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid. Het primaire besluit van 14 juni 2022 wees de aanvraag af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Op 11 augustus 2022 werd het bezwaar door verweerder beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de termijn, is het verzoek niet-ontvankelijk.
De rechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.