ECLI:NL:RBDHA:2023:8895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 23 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Na een besluit op bezwaar van 31 augustus 2022 is het verzoek om voorlopige voorziening aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig.
Daarmee is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en sluit de procedure af zonder verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.