ECLI:NL:RBDHA:2023:8919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in Dublinprocedure toegewezen
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De staatssecretaris had aangekondigd verzoeker op 16 juni 2023 over te dragen aan Frankrijk.
Verzoeker verzocht op 14 juni 2023 om een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen totdat zijn beroep is behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat de spoedeisendheid aanwezig was omdat de overdracht gepland stond vóór de zitting van het beroep op 15 juni 2023.
De voorzieningenrechter vond het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder wegen dan het belang van de staatssecretaris om hem eerder over te dragen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €837.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Frankrijk is toegewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.