ECLI:NL:RBDHA:2023:8940
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 juni 2023, waarbij de gemachtigde van verweerder aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde afwezig bleven.
Gezien de uitspraak op het beroep in een aanverwante zaak (NL23.14299) die gelijktijdig is gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een voorlopige voorziening niet langer nodig is.