ECLI:NL:RBDHA:2023:8942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische situatie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2023 behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden.
Eiser stelde dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en dat hij niet medisch was onderzocht, terwijl hij een psychische aandoening en depressies heeft. Tevens voerde hij aan dat nader onderzoek naar de situatie in Duitsland had moeten plaatsvinden, omdat overdracht een reëel risico zou vormen voor zijn gezondheid. De rechtbank oordeelde dat verweerder de medische situatie voldoende had betrokken en dat er geen aanwijzingen waren dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling. De medische voorzieningen in Duitsland zijn vergelijkbaar en beschikbaar voor Dublinclaimanten.
Verder overwoog de rechtbank dat het C.K.-arrest niet van toepassing is, omdat eiser niet onder specialistische behandeling staat en geen objectieve medische gegevens een reëel en onderbouwd risico op ernstige verslechtering aantonen. Ook was verweerder niet gehouden aanvullende garanties van Duitsland te vragen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.