ECLI:NL:RBDHA:2023:8960

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
22 juni 2023
Zaaknummer
NL23.14855
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Bulgarije verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 juni 2023 behandeld samen met een gerelateerde zaak.

De voorzieningenrechter overweegt dat nu de bodemzaak (zaaknummer NL23.14854) is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens wordt opgemerkt dat verzoeker in beginsel recht heeft op proceskostenvergoeding, maar deze wordt niet afzonderlijk toegekend omdat de zaak als samenhangend wordt beschouwd met andere zaken waarvoor reeds vergoeding is toegekend.

De uitspraak is gedaan op 14 juni 2023 door voorzieningenrechter L.A. Banga, en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.14855
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker, (gemachtigde: mr. E. Derksen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. M. Talsma).

Procesverloop

Bij besluit van 17 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.14854, op
6 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J.A. Matti als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.14854, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak komt verzoeker in beginsel een proceskostenvergoeding toe. Echter nu deze zaak als samenhangende zaak wordt beschouwd met de zaken met nummers NL23.14851, NL23.14853 en NL23.14859 en reeds in zaak met nummer NL23.14851 een proceskostenvergoeding is toegekend, zal eiser in deze zaak niet afzonderlijk een proceskostenvergoeding toekomen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
14 juni 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.