ECLI:NL:RBDHA:2023:8969
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren.
Gezien de uitspraak op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.12794) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een voorlopige voorziening niet meer nodig is.