ECLI:NL:RBDHA:2023:9006
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijk verklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit en geboren in 1991, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag op 16 mei 2023 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 juni 2023 te Groningen. Verzoeker was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.