ECLI:NL:RBDHA:2023:9034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, heeft asiel aangevraagd wegens bedreiging en vervolging vanwege zijn religieuze overtuiging en activiteiten als straatpredikant. Na eerdere verlening en intrekking van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, wees de staatssecretaris de asielaanvraag af. De rechtbank beoordeelde of eiser procesbelang had, ondanks zijn vertrek uit Nederland, en concludeerde dat dit aanwezig was vanwege actueel contact met zijn gemachtigde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd een verblijfsvergunning te verlenen op grond van artikel 8 EVRM Pro, het recht op gezinsleven. Eiser is gehuwd met een Unieburger van Nigeriaanse afkomst, maar kon niet aannemelijk maken hoe het gezinsleven in Nederland wordt ingevuld en waarom voortzetting buiten Nederland niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het recht op gezinsleven niet automatisch leidt tot een verblijfsvergunning en dat een belangenafweging tussen het belang van eiser en het migratiebeleid noodzakelijk is. Gezien het ontbreken van voldoende onderbouwing en het feit dat het gezinsleven ook buiten Nederland kan worden voortgezet, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wordt ongegrond verklaard.