ECLI:NL:RBDHA:2023:9063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft op 20 juni 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser had beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld, waarbij zij heeft vastgesteld dat het onderzoek dat aan de eerdere uitspraak ten grondslag lag op 9 mei 2023 was gesloten. De toetsing richtte zich daarom op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na die datum. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting, onder meer omdat het laatste vertrekgesprek op 4 mei 2023 zou zijn gevoerd zonder tolk.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voortvarend handelt. Uit een voortgangsrapportage bleek dat op 5 juni 2023 twee vertrekgesprekken zijn gevoerd, waarvan één met een Arabische tolk. Daarnaast was er contact met de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank vond dat deze feiten het beroep ongegrond maakten en wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.