ECLI:NL:RBDHA:2023:9083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
NL23.12764
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat op dezelfde dag al uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.12763), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C. Brouwer en griffier I. Wolthuis, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12764

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam]

V-nummer: [nummer]
hierna te noemen: verzoeker
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.12763, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Brouwer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.