ECLI:NL:RBDHA:2023:9088
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 13 december 2021 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Pas op 24 februari 2022 werd alsnog een beslissing genomen. Hierna trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten toe te wijzen.
De Staatssecretaris heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat de rechtbank interpreteert als geen bezwaar tegen betaling. De rechtbank beslist daarom dat de Staatssecretaris de proceskosten van verzoeker moet vergoeden.
Omdat de zaak alleen betrekking heeft op de overschrijding van de beslistermijn en verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, wordt een vast bedrag toegekend. De rechtbank kent een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens overschrijding van de beslistermijn.