ECLI:NL:RBDHA:2023:9092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 10 juni 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 14 juli 2022 een beslissing genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen betaling. Gezien de overschrijding van de beslistermijn en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, kent de rechtbank een vaste vergoeding toe, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de aard van de zaak.
De rechtbank wijst een bedrag van €418,50 toe aan verzoeker en veroordeelt verweerder tot betaling hiervan. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra op 13 maart 2023 te Utrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.