ECLI:NL:RBDHA:2023:9141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WGA-uitkeringszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over een verzoek om proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een WGA-uitkeringsprocedure. Verzoekster ontving aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering die per 13 mei 2021 werd beëindigd en omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na bezwaar en beroep werd vastgesteld dat verzoekster recht had op een IVA-uitkering.
De rechtbank benoemde een verzekeringsarts als deskundige en na rapportage en reactie daarop nam het UWV een gewijzigde beslissing die het bezwaar gegrond verklaarde. Verzoekster trok vervolgens het beroep in onder voorwaarde van vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaar- en beroepsfase samen 28 maanden duurden, wat 4 maanden langer is dan de redelijke termijn van 24 maanden volgens het EVRM. De rechtbank veroordeelde het UWV en de Staat tot betaling van een schadevergoeding van respectievelijk €125 en €375 en tot vergoeding van proceskosten. Vergoeding van wettelijke rente werd niet toegewezen omdat het UWV dit reeds had toegezegd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV en de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.