Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Bahamaanse nationaliteit, werd op 23 mei 2023 geconfronteerd met een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op basis van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat hij onrechtmatig was staande gehouden, vermoedelijk in het kader van een verkapt vreemdelingenrechtelijke controle bij het station Hollands Spoor. De rechtbank oordeelde echter dat het staandehouden plaatsvond in het kader van een algemene politietaak en dat zij als bewaringrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de staandehouding te toetsen.
De gronden voor de maatregel van bewaring betroffen onder meer het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het onttrekken aan toezicht, het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit en nationaliteit, en het niet naleven van verplichtingen uit het Vreemdelingenbesluit. Eiser betwistte deze gronden niet, en de rechtbank achtte deze voldoende om de maatregel te dragen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.