Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 23 mei 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 5 juni 2023.
Eiser voerde aan dat zijn aanhouding een verkapte vreemdelingenrechtelijke staandehouding betrof en dat er geen vermoeden was van illegaal verblijf. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding plaatsvond in het kader van een algemene politietaak en dat zij als bewaringrechter niet bevoegd was de rechtmatigheid van de staandehouding te beoordelen. Daarnaast stelde eiser dat de MOB-meldingen onduidelijk waren en dat een melding van het COA geen officiële MOB-melding zou zijn. De rechtbank stelde vast dat eiser zelf erkende met onbekende bestemming te zijn vertrokken en dat de enkele vermelding van rechtmatig verblijf geen doorslag gaf.
Verweerder had de bewaring gerechtvaardigd met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte de gronden niet, maar stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij nu meewerkt aan overdracht aan Spanje. De rechtbank vond dit onvoldoende reden om de maatregel te matigen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.