ECLI:NL:RBDHA:2023:9148

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
NL22.21018
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:57 AwbArt. 66a Vreemdelingenwet 2000Paragraaf A4/2/1 VcParagraaf A4/2/2 Vc
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen inreisverbod wegens overschrijding vrije termijn en artikel 8 EVRM

Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, kreeg bij besluit van 24 september 2022 een inreisverbod van twee jaar opgelegd wegens overschrijding van de vrije termijn voor verblijf in Nederland. Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden, waaronder het regelen van een vrijwillige terugkeer naar Suriname, en dat het inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt.

De rechtbank constateert dat eiseres de vrije termijn daadwerkelijk heeft overschreden en dat verweerder haar persoonlijke omstandigheden heeft meegewogen bij het besluit. Eiseres heeft echter niet toegelicht welke omstandigheden leiden tot strijd met artikel 8 EVRM Pro en heeft geen bewijsstukken overgelegd ter onderbouwing.

Gelet op het beleid dat een inreisverbod niet wordt uitgevaardigd indien dit een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, en het ontbreken van voldoende onderbouwing door eiseres, oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht het inreisverbod heeft uitgevaardigd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21018

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: M. Lorier).

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 24 september 2022 (het bestreden besluit) tegen eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Surinaamse nationaliteit te hebben.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder tegen eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. Verweerder heeft daartoe overwogen dat eiseres de vrije termijn voor verblijf in Nederland heeft overschreden.
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen het volgende aan. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende rekening gehouden met de door eiseres naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden. Eiseres was bezig met het regelen van een vrijwillige terugkeer naar Suriname. Mede gelet op artikel 8 van Pro het EVRM [2] had verweerder daarom moeten afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod wegens humanitaire redenen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder kan een inreisverbod uitvaardigen tegen een vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. [3] Verweerder heeft in de Vc [4] beleidsregels opgenomen ter uitwerking van deze bevoegdheid. De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod op grond hiervan uit tegen een vreemdeling die de vrije termijn, bedoeld in artikel 3.3 van het Vb [5] met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten. [6] Geen inreisverbod wordt uitgevaardigd, indien het inreisverbod een schending van artikel 8 van Pro het EVRM oplevert. [7] Daarnaast kan om humanitaire of andere redenen worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod. [8]
5. De rechtbank stelt vast dat niet is betwist dat eiseres de vrije termijn heeft overschreden. De stelling van eiseres dat zij bezig was met het regelen van een vrijwillig vertrek uit Nederland laat onverlet dat de vrije termijn al was verstreken. Verder blijkt uit het bestreden besluit dat verweerder de persoonlijke omstandigheden van eiseres heeft meegewogen en beoordeeld bij het nemen van het bestreden besluit. Eiseres heeft in haar beroepschrift niet toegelicht welke persoonlijke omstandigheden volgens haar leiden tot strijd met artikel 8 van Pro het EVRM en heeft eveneens geen bewijsstukken ter onderbouwing van deze stelling overgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Verweerder heeft daarom, gelet op het door hem gevoerde beleid, aanleiding kunnen zien om tegen eiseres een inreisverbod uit te vaardigen.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.Vreemdelingencirculaire 2000.
5.Vreemdelingenbesluit 2000.
6.Paragraaf A4/2/1, van de Vc.
7.Paragraaf A4/2/2, van de Vc.
8.Artikel 66a, achtste lid, van de Vw.