ECLI:NL:RBDHA:2023:917

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2023
Publicatiedatum
1 februari 2023
Zaaknummer
NL22.11356
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na inwilliging beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 september 2021. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag van verzoeker op 6 december 2022 ingewilligd. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep proceskosten toewijzen indien verweerder geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en stelt de kosten vast op €418,50, gebaseerd op het puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoeker is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht, zodat verweerder niet verplicht is dit te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier W. van Loon.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten na inwilliging van de asielaanvraag en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.11356

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 september 2021.
Bij besluit van 6 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank – bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb – een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij de intrekking van het beroep wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
5. De rechtbank wijst erop dat verzoeker wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, zodat verweerder niet op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.