Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 september 2021. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag van verzoeker op 6 december 2022 ingewilligd. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep proceskosten toewijzen indien verweerder geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en stelt de kosten vast op €418,50, gebaseerd op het puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoeker is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht, zodat verweerder niet verplicht is dit te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier W. van Loon.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten na inwilliging van de asielaanvraag en intrekking van het beroep.