ECLI:NL:RBDHA:2023:9196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en geen toepassing hardheidsclausule
Eiseres, samenwonend met haar minderjarige kind in een klein appartement, verzocht om een urgentieverklaring op medische gronden vanwege psychische klachten en bedreigingen door haar ex-partner. De aanvraag werd door verweerder afgewezen op advies van de toetsingscommissie, omdat geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem en eiseres niet voldeed aan de algemene weigeringsgronden.
Eiseres voerde aan dat haar situatie bijzondere omstandigheden bevatte die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden, waaronder de negatieve invloed op haar psychische gezondheid en die van haar kind. Verweerder stelde dat het woonprobleem via behandeling en het aanvragen van contact- of straatverbod kon worden opgelost en dat de situatie niet uitzonderlijk was ten opzichte van andere woningzoekenden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen. De schrijnende situatie van eiseres was onvoldoende uitzonderlijk en er waren nog mogelijkheden om de woonsituatie te verbeteren binnen de regio. De belangen van het minderjarige kind waren meegewogen, maar rechtvaardigden geen voorrang. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een urgent woonprobleem en geen toepassing van de hardheidsclausule.