Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 6 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn op grond van het WBV 2022/22 met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Hierdoor verstrijkt de beslistermijn op 6 september 2023.
Eiser stelde de staatssecretaris op 7 december 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 29 december 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de oorspronkelijke beslistermijn nog niet was verstreken door de rechtsgeldige verlenging.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de verlenging van de beslistermijn als rechtsgeldig werd beschouwd. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en wordt het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.