ECLI:NL:RBDHA:2023:9260
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting en opvangbehoud
Verzoekster heeft bij besluit van 13 mei 2022 een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek om medische redenen, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Na bezwaar is dit besluit op 8 augustus 2022 gehandhaafd. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Tegelijkertijd verzocht verzoekster de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet uitgezet zou worden en opvangvoorzieningen zou behouden totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep (zaaknummer NL22.15760) inmiddels is behandeld en beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten van € 837,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.