Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 15 oktober 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen volgens de Dublinverordening. Duitsland had het verzoek om terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser stelde dat hij gedwongen was vingerafdrukken af te staan in Duitsland en dat hij niet in Duitsland asiel wilde aanvragen, maar bij zijn broers in Nederland wilde blijven. Hij voerde aan dat verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro vanwege zijn familiebanden.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Duitsland structurele tekortkomingen vertoont die dit vertrouwen ondermijnen. Ook was niet gebleken van een afhankelijkheidsrelatie met zijn broers die een discretionaire bevoegdheid tot aanhouding van de aanvraag rechtvaardigt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.