Eisers dienden op 4 april 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling van 24 oktober 2022. Eisers stelden vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding met een maximum van €7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442,- en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van €418,50. Eisers zijn vrijgesteld van griffierecht, zodat verweerder dit niet hoeft te vergoeden.