ECLI:NL:RBDHA:2023:930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens onvoldoende urgent huisvestingsprobleem
Eiser, woonachtig in een tweekamerappartement zonder lift, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege gezinsuitbreiding en medische omstandigheden van zijn vrouw. Verweerder wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem en meerdere weigeringsgronden van toepassing waren.
Eiser stelde dat de afwijzing onterecht was en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. Ook voerde hij aan dat de weigering in strijd was met artikel 12 EVRM Pro en artikel 9 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. De rechtbank oordeelde dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid gericht is op een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad.
De rechtbank vond dat verweerder terecht had geoordeeld dat eiser niet in aanmerking kwam voor urgentie, mede omdat eiser niet optimaal had gereageerd op het beschikbare woningaanbod. De situatie van eiser onderscheidt zich onvoldoende van anderen in vergelijkbare omstandigheden. De rechtbank verwierp ook het beroep op het recht te huwen en een gezin te stichten als grond voor urgentie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen urgentieverklaring. Verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.