Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 5 juni 2023 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de ophouding onrechtmatig was en dat het aanvullend terugkeerbesluit niet aan hem was uitgereikt. De rechtbank oordeelde dat de ophouding terecht was omdat eiser niet beschikte over identiteitsdocumenten en dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig was uitgereikt.
Eiser betwistte de zware gronden waarop de maatregel was gebaseerd, waaronder het niet naleven van de vertrekplicht en het opgelegde inreisverbod. De rechtbank stelde vast dat deze gronden feitelijk juist waren en dat eiser niet bereid was mee te werken aan zijn terugkeer naar Marokko, wat het risico op onttrekking aan toezicht rechtvaardigde.
Verder voerde eiser aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzetting. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was en dat concrete uitzettingshandelingen waren verricht. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.