ECLI:NL:RBDHA:2023:9314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hogere bijstand en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser vroeg een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, afgestemd op zijn bijzondere situatie als jongere die bij zijn moeder inwoont en geen beroep kan doen op ouders. Verweerder kende de bijstand toe volgens de jongerennorm en wees bijzondere bijstand af. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat zijn uitkering ontoereikend is en dat de jongerennorm onrechtvaardig is in zijn situatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn noodzakelijke kosten boven de bijstandsnorm uitkomen en dat geen bijzondere omstandigheden zijn voor afstemming op grond van artikel 18 Pw Pro. Ook was de arbeidsverplichting terecht vermeld. Daarnaast stelde eiser een beroep op overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde een termijnoverschrijding van drie maanden in de beroepsfase en kende een schadevergoeding van €500 toe.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten van €837. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 23 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.