ECLI:NL:RBDHA:2023:9322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf in Nederland
Eiser, van Georgische nationaliteit, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 verplicht binnen vier weken terug te keren naar Georgië omdat hij niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Eiser voerde aan dat hij slechts op vakantie was en geen intentie had langer te blijven, en stelde dat hij met een rode stempel in zijn paspoort vrij mocht reizen binnen de EU. De rechtbank oordeelt dat deze stempel slechts een aanvraag betreft en dat eiser zich niet heeft gemeld bij de korpschef, wat verplicht is bij onrechtmatig verblijf.
De rechtbank concludeert dat eiser de gronden voor het terugkeerbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd betwist en dat het verblijf onrechtmatig is. Ook het argument van een lichter middel faalt, aangezien de wet een terugkeerbesluit voorschrijft bij onrechtmatig verblijf.
De stelling dat sprake zou zijn van een gedwongen uitzetting is niet onderbouwd en wordt verworpen. Evenmin leidt het ontbreken van een onderbouwing van familierelaties in Nederland tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland binnen vier weken verlaten.