Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verzocht op 18 januari 2021 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege ernstige psychische aandoeningen waaronder een chronische angststoornis en PTSS. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten was en dat eiser kon reizen met voldoende medicatie.
Eiser voerde in beroep aan dat het BMA-advies onvolledig, tegenstrijdig en niet actueel was, mede omdat zijn huisarts een ernstiger beeld schetste en hij onder actieve medische behandeling stond. Een nieuw BMA-advies bevestigde de ernst van de aandoeningen maar bleef bij de conclusie dat geen acute medische noodsituatie te verwachten was. De rechtbank oordeelde dat de medische adviezen tegenstrijdig waren en onvoldoende inzicht boden in de gevolgen van terugkeer naar Irak zonder behandeling.
De rechtbank stelde vast dat onvoldoende rekening was gehouden met de achtergrond van eiser en zijn medische situatie, waardoor het bestreden besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd eiser vrijgesteld van griffierecht en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het uitstel van vertrek wordt vernietigd.