ECLI:NL:RBDHA:2023:9395
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing AIO-aanvulling wegens onvoldoende gegevens over woning echtgenote
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een Aanvullende inkomensvoorziening Ouderen (AIO-aanvulling) die door de Sociale Verzekeringsbank is afgewezen wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens over de woning van zijn echtgenote in Marokko. Verzoeker stelde dat de woning eigendom is van zijn schoonmoeder en haar kinderen en dat hij niet mede-eigenaar is. Hij voerde tevens aan dat er sprake was van miscommunicatie vanwege taalproblemen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker het voordeel van de twijfel kreeg omtrent spoedeisend belang, maar dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de gevraagde informatie niet had begrepen of dat er sprake was van miscommunicatie. Verzoeker had meerdere malen medegedeeld dat de woning mede-eigendom is van zijn echtgenote en haar familie, en had de gevraagde bewijsstukken niet tijdig aangeleverd.
De rechter stelde dat de bewijslast voor het verkrijgen van bijstand bij de aanvrager ligt en dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor afwijzing. Ook het verzoek om een nadere hersteltermijn werd afgewezen omdat verzoeker niet concreet om meer tijd had gevraagd binnen de gestelde termijnen.
Uiteindelijk kon het recht op AIO-aanvulling niet worden vastgesteld zonder de benodigde gegevens over het vermogen, waardoor het bestreden besluit terecht in stand bleef. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de AIO-aanvulling wordt afgewezen vanwege onvoldoende verstrekte gegevens over de woning van de echtgenote.