ECLI:NL:RBDHA:2023:9396
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na niet nakomen informatieplicht en opschorting
Eiser ontvangt sinds 2017 een bijstandsuitkering en heeft tijdens een heronderzoek in 2022 aangegeven een onderneming te willen starten. Uit onderzoek bleek dat sinds januari 2022 een onderneming op zijn naam geregistreerd staat, zonder melding aan het college. Verweerder heeft eiser meerdere keren uitgenodigd voor gesprekken en gevraagd om financiële gegevens, maar eiser verscheen niet en leverde de gevraagde stukken niet aan.
Verweerder schortte het recht op bijstand op en trok dit per 3 januari 2023 in op grond van artikel 54 lid 4 van Pro de Participatiewet. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser zijn verzuim niet heeft hersteld en dat hem dit te verwijten is. De gevraagde gegevens zijn van belang voor de beoordeling van het recht op bijstand.
Eisers stelling dat de onderneming door vrienden op zijn naam is gezet en geen inkomsten genereert, is niet aannemelijk gemaakt. De belangenafweging door verweerder is voldoende zorgvuldig geweest. Ook de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag is terecht omdat eiser zijn inkomen niet heeft aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.