ECLI:NL:RBDHA:2023:9419
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- A.C. Olland
- C.J. de Jong-Kwestro
- E.D.A. Geleijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige bij internationale kinderontvoering wegens onbepaalde gewone verblijfplaats
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn minderjarige kind vanuit Nederland naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) wegens internationale kinderontvoering. De moeder had het kind zonder toestemming van de vader meegenomen naar Nederland. Partijen hadden gezamenlijk gezag over het kind.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van de gewone verblijfplaats van het kind voorafgaand aan de overbrenging. De vader stelde dat deze in de VAE lag, terwijl de moeder betoogde dat het kind voornamelijk in Nederland verbleef en dat de gewone verblijfplaats mogelijk in Nederland, het Verenigd Koninkrijk of niet vast te stellen was. De rechtbank oordeelde dat het begrip gewone verblijfplaats een feitelijk begrip is, waarbij gekeken wordt naar de maatschappelijke en familiale binding van het kind.
Gezien het kosmopolitische bestaan van de ouders en het wisselende verblijf van het kind in verschillende landen, kon de rechtbank geen bestendige gewone verblijfplaats aanwijzen. De fysieke aanwezigheid in de VAE werd als tijdelijk beschouwd en er was geen voldoende sociale en familiale integratie. Ook de stellingen van de moeder konden niet leiden tot een vaste verblijfplaats. Hierdoor kon geen sprake zijn van een ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Haagse Verdrag.
Het verzoek tot teruggeleiding werd daarom afgewezen. Tevens werden de kostenverzoeken van de vader afgewezen en werd bepaald dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De beschikking werd gegeven door drie kinderrechters en is vatbaar voor hoger beroep binnen twee weken.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de Verenigde Arabische Emiraten is afgewezen wegens onbepaalde gewone verblijfplaats.