ECLI:NL:RBDHA:2023:9443
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende voortvarende uitzettingshandeling
De rechtbank Den Haag heeft op 28 juni 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, omdat pas op de elfde dag na oplegging van de bewaring de eerste uitzettingshandelingen werden verricht. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geen voldoende onderbouwing had gegeven voor deze vertraging, ondanks dat eiser een ongedocumenteerde vreemdeling is. De verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State was niet vergelijkbaar en leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beoordeelde de maatregel van bewaring vanaf het begin als onrechtmatig. De bewaring werd met ingang van 28 juni 2023 opgeheven. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €2.400 voor 24 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en een proceskostenvergoeding van €1.674 aan eiser toe, te betalen door de staatssecretaris.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.