ECLI:NL:RBDHA:2023:9449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel onderzocht, mede op basis van eerdere uitspraken waarin de rechtmatigheid tot het moment van het sluiten van het laatste onderzoek was bevestigd.
De rechtbank vroeg verweerder om nadere informatie over de voortgangshandelingen en het zicht op uitzetting. Verweerder heeft toegelicht dat de uitzettingshandelingen gericht zijn op terugkeer naar Marokko en dat er onderzoek is gedaan in meerdere lidstaten om identiteitsdocumenten te verkrijgen. De rechtbank achtte deze inspanningen buitengewoon voortvarend.
Verder is vastgesteld dat eiser niet meewerkt aan het bespoedigen van zijn uitzetting. Er is geen indicatie dat de Marokkaanse autoriteiten geen medewerking verlenen. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de maatregel rechtmatig is en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.