ECLI:NL:RBDHA:2023:9522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Guinee-Bissause nationaliteit dragende asielzoeker, diende een opvolgende asielaanvraag in Nederland in met het argument van homoseksuele gerichtheid. De rechtbank beoordeelde dat eiser onvoldoende concrete en samenhangende verklaringen gaf over zijn seksuele geaardheid en de omgang daarmee, waardoor verweerder zijn homoseksualiteit niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank stelde vast dat het gehoor zorgvuldig was afgenomen, met voldoende doorvragen door de hoormedewerker, en dat verweerder rekening hield met het referentiekader van eiser, waaronder zijn leeftijd, opleidingsniveau en verblijfsduur in Europa. De verklaringen van eiser over zijn ontdekking van zijn geaardheid en zijn contacten met LHBTI-organisaties werden als summier en oppervlakkig beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht het voordeel van de twijfel niet aan eiser gaf, omdat de verklaringen niet voldoende geloofwaardig waren. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de homoseksuele gerichtheid.