ECLI:NL:RBDHA:2023:9532
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging EU-verblijfsrecht wegens openbare orde
Verzoeker, een Poolse nationaliteit dragende vreemdeling die sinds 2013 in Nederland verblijft, is het EU-verblijfsrecht ontzegd en ongewenst verklaard op grond van openbare orde vanwege meerdere veroordelingen en een alcoholverslaving. Verzoeker is momenteel gedetineerd in het kader van een ISD-maatregel en heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en verweerder zich liet vertegenwoordigen. Verzoeker betoogde dat zijn uitzetting zijn rehabilitatie zou frustreren en dat hij recht heeft op een hoorzitting in de bezwaarprocedure, mede op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Verweerder stelde dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt vanwege het strafrechtelijk verleden en het risico op recidive. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker gehoord moet worden in bezwaar en dat uitzetting vóór de beslissing op bezwaar niet kan plaatsvinden. De voorlopige voorziening werd toegewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar tegen het beëindigingsbesluit is beslist.