ECLI:NL:RBDHA:2023:9543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor niet-afgifte hond na bijtincidenten
Eiser werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang tot afgifte van zijn hond na meerdere bijtincidenten, waaronder een incident met dodelijke afloop voor een andere hond. Nadat eiser niet aan deze last voldeed, legde verweerder een last onder dwangsom op. Eiser maakte alleen bezwaar tegen de last onder dwangsom en stelde dat hij de hond al geruime tijd niet meer in bezit had, waardoor de bijtincidenten niet aan hem konden worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot last onder bestuursdwang onherroepelijk is en dat het beroep zich slechts richt op de last onder dwangsom. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij de hond op het moment van oplegging van de last onder dwangsom niet meer in bezit had. Wisselende verklaringen van eiser over de verblijfplaats en status van de hond werden niet overtuigend bevonden.
De rechtbank stelde vast dat de bestuurlijke rapportage, inclusief proces-verbaal en camerabeelden, betrouwbaar is en dat de bijtincidenten hebben plaatsgevonden. De stelling van eiser dat hij niet meer in bezit was van de hond werd onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en kreeg eiser geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de hond niet meer in bezit had.