ECLI:NL:RBDHA:2023:9548
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker, een persoon van Gambiaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met een andere zaak (NL23.14880) op 13 juni 2023. Na het onderzoek ter zitting oordeelde de rechtbank dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak de voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.