ECLI:NL:RBDHA:2023:958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken bezwaar of beroep in verblijfsdocumentzaak
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 1 juni 2022 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Bij beslissing op bezwaar van 29 juni 2022 werd het bezwaar gegrond verklaard en werd alsnog besloten tot afgifte van het verblijfsdocument.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Omdat het bezwaar inmiddels was afgehandeld en er geen beroep was ingesteld, was er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Hierdoor kon het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan connexiteit, conform artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb.
Verder werd overwogen dat de heroverweging van het besluit niet plaatsvond vanwege een gebrek in het oorspronkelijke besluit, maar vanwege nieuwe informatie in de bezwaarfase. Daarom was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.