ECLI:NL:RBDHA:2023:9580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende zwaarwegende vervolgingsdreiging
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege problemen met zakenpartners en toegedichte afvalligheid vervolging vreest. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over de problemen met zakenpartners en onvoldoende zwaarwegendheid van de vervolgingsdreiging vanwege toegedichte afvalligheid.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiser over de problemen met zijn zakenpartners vaag, ongerijmd en wisselend zijn, waardoor deze ongeloofwaardig zijn. Ook de verklaringen over de aangifte en de incidenten met familieleden zijn niet consistent en onvoldoende onderbouwd. De verklaringen van de vriend van eiser bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de toegedichte afvalligheid acht de rechtbank de problemen niet zwaarwegend genoeg om te spreken van vervolging of een reëel risico op ernstige schade. Eiser heeft zijn vrees onvoldoende geconcretiseerd en de enkele mogelijkheid van vervolging is niet voldoende voor toekenning van asiel.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.