ECLI:NL:RBDHA:2023:9622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens gefingeerd dienstverband en middelenvereiste
Eiseres, met Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als gezinslid van haar echtgenoot, de referent. Verweerder wees de aanvraag af omdat de referent niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt. Het dienstverband van de referent bij [Naam 3] werd door verweerder als gefingeerd aangemerkt, mede op basis van een werkplekonderzoek door de Nederlandse Arbeidsinspectie, waaruit bleek dat de referent niet werkend werd aangetroffen.
Eiseres en referent stelden dat het dienstverband wel echt is en dat de referent daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte, onderbouwd met loonstroken, bankafschriften en een ondernemingsplan. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende waren om de bevindingen van de Arbeidsinspectie te weerleggen, vooral omdat het werkplekonderzoek na de loonperiode plaatsvond en er geen concreet bewijs van werkzaamheden werd geleverd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder het bezwaar terecht als kennelijk ongegrond beschouwde, gezien het ontbreken van bewijsstukken in de bezwaarfase. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van een duurzaam en zelfstandig dienstverband.