Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Stichting WoonzorgCentra Haaglanden, te Den Haag (werkgever),
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV werd afgewezen op grond van een arbeidsongeschiktheid van 25,29%, onvoldoende voor toekenning. Zowel de primaire verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundigen stelden beperkingen vast die volgens hen rechtvaardigen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering.
Eiseres betwistte de beoordeling en stelde dat haar psychische beperkingen en vermoeidheidsklachten, mede door COVID-19, onvoldoende waren meegewogen. Zij voerde aan dat aanvullende beperkingen en een forsere urenbeperking op hun plaats waren. De rechtbank oordeelde echter dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand waren gekomen, logisch en zonder tegenstrijdigheden, en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als deugdelijk beoordeeld. De functies die aan eiseres werden toegedacht zijn passend binnen haar beperkingen. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over ongeschiktheid voor deze functies en concludeerde dat het beroep ongegrond is. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.