ECLI:NL:RBDHA:2023:9668
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering gegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als assistent financieel kassamedewerker, meldde zich in januari 2020 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Na een Ziektewet-uitkering vroeg hij in oktober 2021 een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiser geen verlies aan verdiencapaciteit had, waarna de WIA-uitkering werd geweigerd.
Eiser maakte bezwaar en het bezwaar werd ongegrond verklaard. Hij voerde aan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn, met name vanwege PTSS en lichamelijke klachten, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De rechtbank stelde het beoordelingsmoment vast op 21 februari 2022.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat de verzekeringsarts b&b de beperkingen adequaat had vastgesteld, inclusief psychische beperkingen gerelateerd aan PTSS. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd binnen de beperkingen. De aanvullende medische informatie van eiser was van na het beoordelingsmoment en niet relevant.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 21 februari 2022.