ECLI:NL:RBDHA:2023:9684
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in verblijfsvergunningzaak
Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 september 2022 werd afgewezen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris stelde bij brief van 11 mei 2023 dat hij zich niet meer verzette tegen toewijzing van de voorlopige voorziening en was akkoord met uitspraak zonder zitting. Verzoekster stemde hiermee in, waarna de voorzieningenrechter het onderzoek op 12 mei 2023 sloot.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitzetting van verzoekster vooralsnog moet worden voorkomen totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 837,- en teruggave van het griffierecht van € 184,-. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.