ECLI:NL:RBDHA:2023:9687
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verblijfsdocument verzorgende ouder
Verzoeker heeft op 19 november 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER met als doel verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands kind. Deze aanvraag is bij besluit van 17 augustus 2022 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 23 januari 2023 ongegrond verklaard.
Tegen het bestreden besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij verzoeker tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 juni 2023 samen met een andere zaak (NL23.3772). Verzoeker verscheen bij de zitting en werd bijgestaan door zijn gemachtigde, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegekend op basis van de verstrekte gegevens. Vervolgens is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank bij een andere uitspraak op dezelfde dag in zaak NL23.3772 reeds op het beroep heeft beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, en is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.