ECLI:NL:RBDHA:2023:969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot het sluiten van het vorige onderzoek op 30 december 2022.
De eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko vanwege onduidelijkheid over de afgifte van een laissez-passer door de Marokkaanse autoriteiten en het late indienen van de lp-aanvraag. De rechtbank concludeerde echter dat verweerder op 27 december 2022 de lp-aanvraag heeft ingediend en op 12 januari 2023 schriftelijk heeft gerappelleerd. Er waren geen aanwijzingen dat de Marokkaanse autoriteiten niet zouden meewerken.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer en dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de EU is de maatregel van bewaring niet onrechtmatig. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.