Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- de aanvraag is ingediend op 21 september 2020;
- het gehoor in het kader van de opvolgende aanvraag heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2021;
- er is al een voornemen uitgebracht op 25 februari 2022;
- er is een zienswijze ingediend naar aanleiding van het voornemen op 17 maart 2022;
- de maximale beslistermijn op grond van de Procedurerichtlijn loopt af op 21 juli 2023.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 200,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50.