Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn herhaalde asielaanvraag van oktober 2020. Eerder was een beroep gegrond verklaard en een beslistermijn van acht weken gesteld, maar verweerder heeft niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursorgaan wederom in gebreke is gebleven en bepaalt een nieuwe beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €200 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Het verzoek tot vaststelling van reeds verbeurde dwangsommen wordt afgewezen, aangezien dit buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter valt. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50.
De rechtbank houdt rekening met relevante wettelijke bepalingen, jurisprudentie en het belang van zorgvuldige besluitvorming binnen redelijke termijnen, conform de Procedurerichtlijn en het 8+8-weken model.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.S. van der Velde en is openbaar gemaakt op 5 juli 2023.