ECLI:NL:RBDHA:2023:9707
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens besluitverlening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, waardoor het beroep is ingetrokken. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht is de proceskostenvergoeding toewijsbaar.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoeker is vrijgesteld van griffierecht, zodat vergoeding daarvan niet aan de orde is.
De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds, en openbaar gemaakt op 5 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten.