ECLI:NL:RBDHA:2023:9709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig nemen van besluit op bezwaar door staatssecretaris
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin de staatssecretaris werd opgedragen binnen twaalf weken opnieuw op het bezwaar te beslissen, bleef een nieuw besluit uit.
Eiseres diende daarom op 29 november 2022 een beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank stelde vast dat verweerder geen nieuw besluit had genomen en verklaarde het beroep kennelijk gegrond. Verweerder erkende het niet tijdig beslissen en stelde een hoorzitting in maart 2023, waarna hij beloofde binnen vier weken te beslissen, wat niet gebeurde.
De rechtbank legde verweerder een termijn van twee weken op om alsnog te beslissen en bepaalde een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 7.500,-. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en werd het griffierecht vergoed, hoewel eiseres hiervan was vrijgesteld.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds en is openbaar gemaakt op 5 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.